Verduurzamen

CIRCULAIRE MESTSTOFFEN VERKLEINEN FOOTPRINT

Voor chrysantenteler Arjan Dukker is met de hand oogsten niet iets wat hij nog regelmatig doet. Vandaag doet hij het wél, op nadrukkelijk verzoek van de fotografe, en het kost hem zichtbaar moeite. Hij moet flink wat kracht zetten om de planten uit de grond te trekken. “Zag je hoe vast ze staan? Dat is een goed teken. Het betekent dat de wortels diep én breed zitten. En ze zijn heel mooi wit, daar word ik blij van!”

Tekst: Ton van der Vliet
Fotografie: Astrid Grootscholten

Waar Dukker ook blij van wordt is dat het hem lukt om steeds duurzamer te werken. Zoals met de inzet van de circulaire meststoffen van GreenSwitch® die hij betrekt van Van Iperen. De omslag kwam toen hij een keer een kijkje kon nemen bij de biogasinstallatie in Hardenberg, waar dierlijke mest wordt omgezet in de vloeibare meststof GreenSwitch kaliumnitraat. ”Ik was diep onder de indruk van dat proces en het onderliggende verhaal. ‘Hier moet je wat mee doen’, was mijn eerste reactie.”

Wereldprimeur

Sander Vermeer is technisch specialist bemesting/biostimulanten & Productmanager Biostimulanten bij Van Iperen en kan haarfijn uitleggen hoe duurzaam en nagenoeg CO2-neutraal de productie van dit product is. We hebben hier te maken met een heuse wereldprimeur, waarbij met nieuwe technologie organische mest wordt omgezet in nitraatmeststoffen. Vermeer: “Ammonium wordt uit de mest gehaald, waarna bacteriën de ammonium omzetten in kaliumnitraat, dat in vloeibare vorm aan de planten kan worden toegediend.” De mest is eerst vergist voor de winning van biogas, wat vervolgens als groen gas het net op stroomt. Kortom, een duurzaam proces op meerdere fronten. Het energieverbruik is 90 procent lager vergeleken bij traditionele kunstmestproductie én het maakproces vindt op Hollandse bodem plaats. Dat scheelt onder andere transportkosten. En het maakt je minder afhankelijk van ontwikkelingen op de wereldmarkt, die, zoals de laatste tijd wel blijkt, best turbulent kunnen zijn.

'CIRCULAIRE MESTSTOFFEN PASSEN UITSTEKEND BIJ VERDUURZAMING IN DE CHRYSANTENTEELT'

Geen ‘energieslurper’

De kwekerij van Dukker Chrysanten in Bleiswijk meet 32.600 m2 en is aangesloten bij het collectief van Zentoo. Dukker (51) begon ooit bij zijn vader in de zaak– “ook toen al chrysanten” - en ging in 2000 op eigen benen staan. Hij heeft bewust gekozen voor een niche in de markt en kweekt nu zes unieke rassen pluischrysanten. “Wij werken doorlopend aan het verduurzamen van onze productie. Met investeringen in onder andere LED-belichting, energiedoeken, insectengaas en zonnepanelen. Elk stukje dat kan bijdragen aan onze duurzaamheidsdoelstellingen is meegenomen, zo staan wij d’r in. Dat geldt dus ook voor circulaire meststoffen. Ik vind het mooi om aan mensen die op de tuin komen te vertellen dat we gewoon koeienmest voor die planten gebruiken en dat ze daar goed op groeien. Veel mensen denken dat de tuinbouw een grote ‘energieslurper’ is en het met duurzaamheid niet zo nauw neemt. Dan vind ik het belangrijk te laten zien dat wij met de sector echt wel heel goed bezig zijn.”

Terwijl Arjan Dukker met een bos chrysanten in handen voor de foto poseert, zijn Sander Vermeer en Rob van den Broek tussen het gewas druk in overleg. Van den Broek is kwaliteitsmanager bij Zentoo, waarbij inmiddels 14 kwekers zijn aangesloten. Met 24 locaties en ruim 110 hectare aan bloemen werken ze er hard aan om het beste Europese kwaliteitsmerk chrysanten te maken. Bemesting is daarbij uiteraard constant een punt van aandacht. Bij het bekijken van de oogst is Van den Broek tevreden. “De groei zit er goed in”, zo constateert hij “en ook de kleur ziet er goed uit. Het kopblad is bovendien mooi groen; dat kan bij bepaalde soorten soms wat geel of bruin worden door te veel zonlicht.” Over het werken met circulaire meststoffen laat hij zich intussen graag bijpraten door Vermeer. Binnen Zentoo is Dukker voorlopig nog de enige kweker die circulaire meststoffen gebruikt. Van den Broek: ”Het is een interessante ontwikkeling. We praten er binnen Zentoo veel over en proberen ook om andere kwekers in die richting te bewegen. Op het terrein van grond en bodem zijn er nog vele stappen te zetten. Maar we kunnen uiteraard niemand dwingen.”

'Alles in één keer kapot'

Dukker steekt niet onder stoelen of banken dat hij zich soms verwondert over de terughoudendheid van zijn collega-kwekers als het gaat om het gebruik van meststoffen én bodembeheer. Vooral het gemak waarmee collega’s hun grond stomen is hem soms een doorn in het oog. “Met diverse biostimulanten houden wij de grond vitaal en in balans. En dat zónder te stomen. Stomen kost onnodig veel energie. Onkruid hoeft geen probleem te zijn, als je maar kort op de bal zit. Een kwestie van schoon werken en het gewoon tijdig weghalen. Ik verbaas me erover dat sommige kwekers een jaar lang biostimulanten in de grond stoppen en al dat leven met stomen dan weer in één keer kapot maken.” Met een positief verhaal over duurzaam grondgebruik probeert Dukker andere kwekers ook zover te krijgen. Eén belangrijk argument wint daarbij aan belang, dat is de prijsontwikkeling van duurzame meststoffen.

Toen hij er vier jaar geleden voor het eerst mee kennismaakte waren die een factor van maar liefst vier of vijf keer duurder dan traditionele meststof. Voor veel ondernemers was dat nog een brug te ver. Intussen wordt dat verschil snel kleiner, nu klassieke meststoffen in rap tempo duurder worden door gestegen energieprijzen. Terwijl tegelijkertijd de fabriek in Hardenberg door verdere verfijning van het proces en opschaling de prijs juist heeft kunnen verlagen. Vermeer: ”We hebben veel geld in die installatie gestopt, en hebben schaal nodig om samen met telers de footprint te verkleinen en zo de toekomst groener te maken. En opschalen kan makkelijk. Er zijn koeien genoeg, mest is er altijd, dus aan de aanvoer ligt het niet. Voor de plant maakt het niet uit, die neemt z’n voeding gewoon op, ongeacht waar die vandaan komt. Om de vergroening door te zetten hebben we dus meer telers als Arjan nodig, die bereid zijn hun nek wat verder uit te steken en het verhaal te vertellen.”

'Meer telers nodig die
bereid zijn hun nek wat verder uit te steken en
het verhaal te vertellen'

Deel dit artikel
Terug naar artikelen