Gezondheid

INZET ROOFTRIPS PAKT GOED UIT VOOR FLOREIN GERBERA’S

De gerberateelt leent zich goed voor biologische bestrijding. De bloemen worden geoogst, het blad fungeert drie jaar lang als waardplant voor natuurlijke vijanden. Maar wat doe je als een plaag uit de hand dreigt te lopen? Jelle Zwemstra, teeltmanager bij Florein Gebera’s, kwam vorig jaar voor de keuze te staan: chemisch ingrijpen of investeren in rooftrips om de uitbraak van Echinotrips de kop in de drukken.

Tekst: Wilma van den Oever
Fotografie:
Sharon Schouten

De keuze viel op inzet van de natuurlijke vijand Franklinothrips vespiformis ofwel rooftrips. Achteraf gezien een goede keuze. Op het bedrijf in Naaldwijk licht Zwemstra, samen met Gert-Jan de Vast en Koen Merkus van Biobest toe hoe dit in zijn werk is gegaan. De Vast is adviseur geïntegreerde gewasbescherming bij Biobest, Merkus werkt internationaal voor het bedrijf en deelt de ervaringen uit onderzoek naar alle adviseurs van Biobest.

Gaas tegen motten

Steeds meer gerberatelers maken gebruik van biologische gewasbescherming. Enerzijds omdat dit past in de tendens naar een steeds duurzamere teelt, anderzijds omdat de mogelijkheden om chemisch in te grijpen steeds verder worden beperkt. “Volledig biologisch telen is niet eenvoudig”, zegt Zwemstra. “Gerbera is wel een van de teelten die al ver is. Alles draait om biologisch evenwicht. Het voordeel van de gerbera, is dat je alleen de bloemen oogst en de bladeren achterblijven in de kas. Daarbij kan je niet zonder gaas voor de luchtramen. Dat is essentieel om motten buiten houden. Als je die eenmaal binnen hebt, krijg je rupsen met als risico dat er chemisch moet worden ingegrepen. Wel komen er steeds meer groene middelen op de markt. “Die zijn alleen minder krachtig dan de breedwerkende chemische middelen en moet je daardoor weer vaker toepassen. Ons doel is om, ook als er chemisch moet worden ingegrepen, het biologisch evenwicht dat is ontstaan, zo min mogelijk aan te tasten.”

Roofwantspopulatie groeit traag

In de gerberateelt, wordt er veelal gebruik gemaakt van de roofwants Dicyphus errans. “Deze ‘alleseter’ wordt door veel gerberatelers tegen een breed scala van plagen gebruikt”, zegt De Vast. “De opbouw van de roofwantspopulatie gebeurt met behulp van bankerplanten en het duurt vaak meerdere maanden tot de roofwants zich over de hele kas heeft verspreid. In 2024 trof Florein Gerbera’s de eerste Echinotrips (Echinothrips americanus) aan in één van de afdelingen. Deze grotere en harigere tripssoort verdedigt zich goed en is er daardoor moeilijk onder te krijgen met alleen roofmijten. “Op dat moment hebben we samen met Biobest pleksgewijs, waar we een haard aantroffen, een proef uitgezet met de rooftrips Vespiformis-System (Franklinkothrips vespiformis). We zagen dat de rooftrips zeker potentie had”, zegt Zwemsta. De plaag verspreidde zich niet verder. Tot het voorjaar 2025.

‘Dicyphus krijgt tijd om populatie op te bouwen’

Rooftrips of chemisch ingrijpen?

In april 2025 zag Zwemstra de Echinothrips in een andere afdeling plotseling sterk opkomen. Deze planten waren halverwege 2024 gepoot en volledig biologisch de winter ingegaan. De Echinotrips zat in de hele afdeling. Een flinke aantasting van deze trips heeft als gevolg dat de bladeren van sommige planten helemaal grijs worden, met productieverlies tot gevolg. “In overleg met mijn scout Wouter Mooij van Mooij Gewasbescherming heb ik toen de afweging gemaakt om chemisch in te grijpen of vol in te zetten op de rooftrips vespiformis. Die keuze was niet eenvoudig. Volvelds rooftrips inzetten betekende een flinke investering, maar chemisch ingrijpen verstoort het hele biologisch evenwicht. Met als gevolg dat ook andere plagen als witte vlieg en spint hun kop weer zouden opsteken. Want ook daar zet de Dicyphus graag zijn tanden in.” De keuze viel op inzet van de rooftrips. “En dat is honderd procent gelukt. Achteraf bezien, hebben we dus de goede keuze gemaakt.”

Tot 2024 was de rooftrips vespiformis vooral op de markt als nicheproduct. “Doordat er steeds meer invasieve tripssoorten worden gesignaleerd, hebben we als Biobest besloten deze rooftrips zelf grootschalig te gaan kweken”, licht Merkus toe. De vraag was vervolgens hoeveel je moet inzetten om de Echinotrips onder controle te houden. In overleg is besloten om in de periode van begin april tot eind juni eerst driemaal volvelds uit te zetten en daartussen wekelijks extra bij de haarden. Het aantal beestjes dat moet worden ingezet, hangt samen met de ernst van de aantasting en wordt per situatie bepaald.

Graanpollen met luis

“De inzet van rooftrips heeft in dit geval heel positief uitgepakt. De Echinotrips is nagenoeg opgeruimd en dat gaf Dicyphus de tijd om een populatie op te bouwen in de kas. Inmiddels heeft de roofwants zich door de hele kas verspreid. Dat was het uiteindelijke doel. Op dit moment houdt Dicyphus de meeste plagen, ook Echinotrips, onder controle. De vespiformis is na het verdwijnen van Echinotrips sterk teruggezakt in aantallen. Toch kwamen we er deze week nog één tegen op een Echinotrips-plekje tegen”, zegt De Vast. Zwemstra is blij dat hij in 2024 al ervaring heeft opgedaan met de inzet van rooftrips vespiformis. “Omdat we al hadden ervaren dat het pleksgewijs goed werkte, gaf dat vertrouwen in een goede afloop.”

Florein Gerbera’s loopt voorop waar het pilots van nieuwe ontwikkelingen betreft. Zo loopt er nu een test met graanpollen met luis die helpen bij de opbouw van een populatie gaasvliegen en sluipwespen. Want biologische bestrijding van luis is nog een grote uitdaging in de gerberateelt. “De sluipwespen ontwikkelen zich in de graanpollen en verspreiden zich vervolgens over de kas om luizen te bestrijden. We doen graag mee aan proeven. Alleen op die manier kunnen we ons als sector verder ontwikkelen en een biologische aanpak verder helpen.” Daarbij benadrukt Zwemstra wel het belang van chemische middelen als back-up om te kunnen ingrijpen als dat noodzakelijk is.

Duurzaam DNA Florein gerbera's

Florein Gerbera’s teelt grootbloemige en minigebera’s op twee locaties in Naaldwijk met een totale oppervlakte van 3,5 hectare. De inzet van biologische bestrijding past in de filosofie van het bedrijf om zo duurzaam mogelijk te werken. Maar de aandacht voor duurzaamheid gaat verder. Zo zijn zonnepanelen geïnstalleerd en wordt gebruik gemaakt van LED-belichting van gemiddeld 240 mmol. Dit maakt jaarrondlevering van de bijna veertig soorten gerbera’s mogelijk. De kassen zijn groen label gecertificeerd en drie schermdoeken zorgen voor optimale energiebesparing en voorkomen lichtuitstoot. De kaslucht wordt ontvochtigd met drygairs en het drainwater wordt ontsmet met ultrafiltratie.

Deel dit artikel
Terug naar artikelen