
Roofmijt krijgt nieuw jachtterrein
De roofmijt Euseius degenerans (Degenerans) wordt al zo’n twintig jaar ingezet voor biologische gewasbescherming. Met name in de paprikateelt doet deze het goed als bestrijder van trips. “Kijk je naar de kwaliteiten en eigenschappen van deze mijt, dan hebben we ‘m jarenlang onderschat. Wij denken dat ie ook in de sierteelt, met name bij tropische planten, interessante resultaten kan opleveren. Dus zijn we in 2025 verschillende proeven en demonstraties gestart om deze bijzondere roofmijt in het zonnetje te zetten.”
Tekst: Ton van der Vliet
Fotografie: Sharon Schouten
Aan het woord is Koen Merkus, Global Technical Specialist bij Biobest. Zonder aarzelen somt hij de bijzondere kenmerken van het beestje op. Zo legt Degenerans makkelijk eieren op vlakke en gladde bladeren en is de roofmijt goed bestand tegen hoge temperaturen. Z’n donkere kleur maakt dat ie makkelijk zichtbaar is. De tijd dat ‘beestjes in het gewas’ als iets negatiefs werd gezien, ligt inmiddels gelukkig achter ons. Heel bijzonder zijn de kaken van deze mijt. Daarmee kan hij eieren en larven van tripsen, spintmijten en witte vliegen verorberen, maar hij kan er ook vocht mee opnemen uit de plant zonder zichtbare schade aan te richten. “Met het blote oog zie je er niks van. Je hebt een elektronenmicroscoop nodig om het te zien.” Dankzij deze eigenschap kan de mijt dus overleven ook als er weinig prooien beschikbaar zijn. En zich handhaven in droge microklimaten waar andere roofmijten meer moeite mee hebben, bijvoorbeeld op de gladde bladeren van tropische siergewassen.
De populatie kan hoge dichtheden bereiken, maar de opbouw vereist wel ruim de tijd. Bijvoeren met stuifmeel (merknaam Nutrimite™) in de opbouwfase is een must. Dit systeem stelt de teler in staat om een populatie van roofmijten op te bouwen in afwezigheid van de prooi en zo al een ‘standing army’ klaar te hebben staan voordat de plaag het gewas in komt.


Ferrari
Degenerans is overigens wel de Ferrari onder de roofmijten. Ze worden in omloop gebracht in potjes met slechts 500 exemplaren, waar andere commerciële roofmijten veelal in 5-literzakken met 250.000 stuks worden aangeboden. Nee, goedkoop zijn ze niet. Ze zijn enkele honderden malen duurder dan andere mijten, maar dat heeft ook te maken met het feit dat de productie ingewikkelder en dus kostbaarder is dan menig andere soort. Plus dat massaal wekelijks ‘hozen’ met honderden roofmijten per vierkante meter bij dit luxepaard niet aan de orde is. Ze worden met slechts enkele stuks per vierkante meter uitgezet. Merkus: “Van belang is dat je ze tijdig uitzet. Met een tweewekelijkse toediening van stuifmeel werk je vervolgens toe naar een natuurlijke populatiegroei. En dan doet ie uitstekend z’n werk. Hij is ontzettend mobiel en snel en biedt perspectief als biologische bestrijder van verschillende tripssoorten, waaronder pepertrips, vandatrips en echinotrips. Met zijn goede zoekcapaciteit, aanpassingsvermogen aan verschillende gewasomstandigheden én het vermogen om zich te voeden met meerdere prooien en stuifmeel, verdient Degenerans zeker een plek binnen de toekomstige bestrijdingsstrategieën in de glastuinbouw.”
Biobest ziet kansen voor onder andere anthurium, phalaenopsis en grote bladplanten als monstera of dieffenbachia en werkt wereldwijd samen met telers en onderzoekers van proefstations in de zoektocht naar plekken waar deze onderschatte roofmijt nog meer tot zijn recht kan komen. “Daarnaast zien we dat het ‘hozen’ met roofmijten ook leidt tot een door de handel ongewenste hoeveelheid aan draagstof op de siergewassen, wat de cosmetische waarde vermindert”, geeft Merkus aan. “Het feit dat Degenerans met enkele mijten per vierkante meter en met minimale hoeveelheden draagstof wordt uitgezet, kan ook hier een bijdrage aan leveren.”
VAN HET LAB NAAR HET VELD
Verschillende lab- en kooiproeven hebben inmiddels aangetoond dat Degenerans zich op een brede reeks siergewassen kan vestigen. In een samenwerking met Anthura zijn er op een aparte testlocatie praktijkproeven gedaan. Daar werd bevestigd dat Degenerans zich goed en langdurig kan vestigen in een tropisch gewas als snijanthuriums.
De sierteeltsector is ontzettend divers als je kijkt naar teeltomstandigheden, aantal geteelde plantsoorten en het aantal plaagtripssoorten. Samen met verschillende partners onderzoekt Biobest per plant-plaagcombinatie wat Degenerans daar kan betekenen.
‘ROOFMIJT
IS NIET TE STOPPEN!’
“Als het beestje eenmaal de gang te pakken heeft, dan is ie ook niet meer te stoppen!” Wim Duijvesteijn steekt zijn bewondering voor roofmijt Degenerans niet onder stoelen of banken. Dik dertig jaar geleden, toen hij nog onder eigen naam paprika’s teelde, greep hij al naar biologische bestrijders. En toen al was hij onder de indruk van wat roofmijten kunnen betekenen. Of hij in die beginjaren ook al met Degenerans werkte kan hij zich niet herinneren, maar bij puntpaprikabedrijf Sweetpoint, waar hij nu bijna zeven jaar locatiemanager is, is het beestje al lange tijd een welkome gast op de zes locaties. Inmiddels zijn er meer biologische bestrijders op de markt die afrekenen met trips en spint en smullen van de eitjes van rupsen en witte vlieg, maar de Degenerans biedt toch net iets extra’s, volgens Duijvesteijn: ”Hij houdt van warm weer. Terwijl de meeste beestjes dan naar beneden gaan, gaat deze juist boven in het gewas flink door met vermeerderen.” De mijt heeft wel wat licht en tijd nodig om zich te ontwikkelen, dus zetten ze ‘m bij Sweetpoint rond week 4 of 5 pas uit. De eerste anderhalve maand voeren ze eens in de 2 weken bij met Nutrimite van Biobest. “Nee, goedkoop is deze aanpak niet. Maar met andere beestjes die in de zomer niet functioneren kunnen plagen snel uit de hand lopen en dat kost je dan kwaliteit én productie. Daar zit je niet op te wachten.”
.gif)

.gif)









