
'Vertrouwen in biologie vraagt om betrouwbare keten'
Van Iperen opende onlangs een nieuw distributiecentrum voor biologische bestrijders in De Lier. De uitbreiding is nodig omdat biologie om een andere manier van opslaan, controleren en distribueren vraagt dan gangbare middelen. “Biologie wordt steeds belangrijker in de glastuinbouw”, zegt Jan Mol van Van Iperen. “Telers moeten erop kunnen vertrouwen dat de juiste biologie op tijd en in goede conditie beschikbaar is.”
Tekst: Annemarie Gerbrandy
Fotografie: Astrid Grootscholten
Volgens Mol, strategisch inkoper biologische gewasbescherming, verschuift de focus van biologie als mogelijkheid naar biologie als basis. Dat betekent dat de voorzieningen in de hele keten op orde moeten zijn, zegt hij. “Biologie vraagt om een andere manier van werken, niet alleen bij telers, maar ook bij leveranciers, distributeurs en logistieke partners. Het is een levend product, geen gangbaar middel of zakgoed dat je in een ruimte opslaat. Dat stelt andere eisen aan het product. Daar willen we met dit nieuwe distributiecentrum op inspelen.”
Het distributiecentrum is ingericht met verschillende temperatuurzones: insecten worden onder andere temperaturen bewaard dan nematoden, geeft hij als voorbeeld. Ook het orderpickproces is daarop aangepast. Producten kunnen per temperatuurzone worden verzameld, verpakt en klaargezet. Wanneer verschillende biologische bestrijders samen naar een teler gaan, kunnen ze afzonderlijk worden verpakt, zodat ze onderweg en bij aankomst zo goed mogelijk onder de juiste condities blijven.

Snel kunnen schakelen
De locatie is daarmee niet alleen een magazijn. Verschillende strategische partners leveren hun biologische producten op één plek aan. Vandaaruit worden de producten geconditioneerd opgeslagen en verder gedistribueerd. Dat geeft Van Iperen meer overzicht in de logistieke keten en maakt het mogelijk om sneller te schakelen als een product tijdelijk niet beschikbaar is. Mol: “Doordat we producten van verschillende partners op één locatie hebben, zijn we flexibeler geworden om optimaal te kunnen leveren.” Die flexibiliteit is volgens hem belangrijker geworden nu biologie een groter onderdeel van de gewasbescherming vormt. “Als biologie aanvullend wordt ingezet, kan een teler nog terugvallen op een gangbaar middel. Maar vormt het de basis, dan is continuïteit cruciaal. We adviseren om biologie niet zelf op te slaan; het liefst worden de nuttige insecten zo snel mogelijk ingezet. Maar als het nodig is om het een nacht te bewaren, moet dat wel onder de juiste condities gebeuren.”

Vertrouwen in keten
De kwaliteit van nuttige insecten wordt dus niet alleen bepaald op het moment dat het product de leverancier verlaat, ook transport, opslag en verwerking spelen hierin een rol. Dat maakt vertrouwen in de hele keten noodzakelijk, zegt potplantenteler Arjan van der Pligt van Pligt Professionals. Het bedrijf teelt 13 hectare bloeiende potplanten op één locatie in Heinenoord en twee vestigingen in ’s-Gravenzande. Begin volgend jaar groeit de onderneming door met een vierde vestiging naar 16 hectare.
“Biologie is bij ons in een toenemend aantal plagen de basis van de bestrijding. We zijn continu op zoek naar een balans waarmee chemie zoveel mogelijk wordt vermeden. Worden de insecten niet geleverd, dan heeft dat direct gevolgen voor de gewasbeschermingsstrategie”, zegt hij. Bij Pligt Professionals wordt structureel met verschillende natuurlijke vijanden gewerkt. De roofmijten Phytoseiulus en Montdorensis worden wekelijks tegen trips en spint ingezet. In de zomer komt daar Colemani tegen bladluis bij; tegen witte vlieg wordt een mix van Eretmocerus en Encarsia ingezet. De manier van uitzetten verschilt per product. Roofmijten worden met een bioverstrooier over het gewas verdeeld; Colemani zit in een flesje en wordt wekelijks aangevuld. Vanuit het flesje komen gedurende langere tijd sluipwespen vrij. Een goede verdeling van het uitgezette materiaal is bepalend voor de efficiëntie en het succes van het te bereiken biologisch evenwicht over het gewas, aldus Van der Pligt.
Biologie gericht inzetten
De samenwerking met Van Iperen richt zich daarom niet alleen op de levering, maar ook op de manier waarop de biologie wordt ingezet. Teler en adviseur moeten samen blijven zoeken naar de beste strategie, vindt Van der Pligt. Een voorbeeld daarvan is de strategie rond Colemani tegen bladluis. Waar eerder per hectare dezelfde hoeveelheid werd ingezet, is dit jaar een groter deel van de bestrijding naar de opkweek verschoven. “We hebben geprobeerd in de opkweek zwaarder in te zetten, zodat de afkweek schoner is en je daarop eigenlijk alleen nog een correctie hoeft uit te voeren”, legt hij uit. “Per saldo levert dit meer rendement en een schonere teelt op. Dat zijn leuke dingen om over na te denken.” Want, vervolgt hij, biologie is nog steeds kostbaarder dan gangbare middelen.
“Je moet het daarom zo effectief mogelijk inzetten. Je kan niet simpel redeneren: ik hang zoveel flesjes per vierkante meter op en we zien wel. Gezien de prijs van biologische gewasbescherming is het echt nodig om te optimaliseren.” Een basisstrategie met biologie betekent niet dat er geen incidenten meer zijn. Ook in een systeem dat grotendeels biologisch wordt beheerst, kan een plaag zich onverwacht ontwikkelen. Dan is snelheid belangrijk, zegt Van der Pligt. Hij heeft daar inmiddels ervaring mee. Tijdens het scouten in de ochtend werd een toename van een bepaalde plaag gesignaleerd. “Normaal gesproken zou je zeggen: de volgende ochtend voeren we een bespuiting uit. Nu hebben we direct contact gezocht met Van Iperen. We konden de biologie de volgende ochtend al inzetten. Er zat nog geen 24 uur tussen.” Die snelheid maakt volgens Van der Pligt een belangrijk verschil. “Als je binnen 24 uur een beginnende aantasting met biologie kunt bestrijden, kun je het niveau van chemie benaderen.”
Dagelijks leveren

De nieuwe distributielocatie in De Lier moet die snelheid ondersteunen. De vestiging levert in de regio inmiddels dagelijks; landelijk wordt elke postcode drie keer per week beleverd, zegt Jan Mol. “De ambitie is om op termijn overal dagelijks te kunnen leveren. Maar ook een tweede keer, als het om incidenten gaat. Dat is uitdagend en volgend jaar niet direct geregeld, maar we zijn sterk in het opzetten van een netwerk. We willen in de toekomst kunnen garanderen dat telers direct kunnen ingrijpen met biologie. Dat gaat uiteindelijk het succes ervan bepalen.”
Kwaliteitscontrole
Naast opslag en snelheid blijft ook kwaliteitscontrole een belangrijk aandachtspunt. Van Iperen maakt daarvoor gebruik van de bestaande laboratoriumfaciliteiten binnen de holding, vertelt Mol. “Het lab is van origine ingericht voor meststoffenanalyses, maar inmiddels gebruiken we het ook een aantal dagen per week voor het bemonsteren van biologie. Dat willen we verder uitbreiden en koppelen aan de controle in de praktijk.” Het idee is om iemand aan te nemen die het land in gaat en bij klanten monsters neemt. “Dan kunnen we controleren wat er op een bepaalde dag is geleverd en of de kwaliteit daarvan nog steeds goed is. Zo krijgen we veel beter zicht op de kwaliteit van de biologie in de hele keten.” Hoewel er nu een mooi distributiecentrum voor de nabije toekomst staat, heeft Van Iperen voor 2030 een duidelijke ambitie: de activiteiten rond biologische gewasbescherming verdubbelen. “Dat klinkt misschien simpel, maar dat betekent ook dat we onze opslagcapaciteit en transport moeten verdubbelen en moeten kunnen omgaan met verschillende temperaturen”, aldus Mol.
“Kwaliteitscontrole, strategie en techniek moeten daarin meegroeien. Dat is best verregaand. Tegelijkertijd is het mooi om te zien dat binnen ons bedrijf de neuzen steeds meer dezelfde kant op staan. Biologische gewasbescherming krijgt steeds meer aandacht en daarmee ook het vertrouwen dat nodig is om er volwaardig op te kunnen bouwen.”
.gif)

.gif)









